
Is een fabriek uit 1975 automatisch fout volgens ATEX?
Dat is precies waar het in de praktijk vaak misgaat. Bij oudere installaties wordt ATEX soms te zwart-wit benaderd. De ene kant zegt: “Geen ATEX-markering, dus afkeur.” De andere kant zegt: “Deze installatie draait al vijftig jaar, dus het zal wel goed zijn.” Beide redeneringen zijn technisch én juridisch te kort door de bocht.
Dat is precies waar het in de praktijk vaak misgaat. Bij oudere installaties wordt ATEX soms te zwart-wit benaderd. De ene kant zegt: “Geen ATEX-markering, dus afkeur.” De andere kant zegt: “Deze installatie draait al vijftig jaar, dus het zal wel goed zijn.” Beide redeneringen zijn technisch én juridisch te kort door de bocht.
Explosieveiligheid begint niet bij het bouwjaar. Zij begint bij de vraag of er een explosieve atmosfeer kan ontstaan. Is er sprake van gas, damp, nevel of stof? Is de installatie binnen of buiten opgesteld? Is er natuurlijke of mechanische ventilatie? Zijn de hoeveelheden relevant? Worden minimale hoeveelheden overschreden? Kan er bij normaal bedrijf, storing, vullen, legen, reinigen of onderhoud een brandbaar mengsel ontstaan?
Pas daarna komt de vraag welke zone ontstaat en welke maatregelen nodig zijn. Maar het bouwjaar doet er wél toe. Een fabriek uit 1975 moet niet worden beoordeeld alsof zij in 2026 als nieuwe installatie is ontworpen en gebouwd. In 1975 waren mensen niet onwetend. Ook vóór ATEX bestonden er regels, vergunningen, veiligheidsinzichten, normen, verzekeringsvoorwaarden en technische maatregelen tegen brand- en explosiegevaar. Een oude installatie kan destijds dus zorgvuldig en volgens de toen geldende stand van techniek zijn gebouwd.
Dat historische kader moet je meenemen. Tegelijkertijd geeft het bouwjaar geen vrijstelling van actuele veiligheid. Een oude installatie mag alleen blijven draaien wanneer de werkgever of exploitant vandaag kan aantonen dat het explosierisico wordt beheerst. Dat betekent: actuele beoordeling van stoffen en processen, actuele zonering, beoordeling van ontstekingsbronnen, passende technische en organisatorische maatregelen, inspectie, onderhoud, instructie en een verdedigbaar explosieveiligheidsdocument.
De moeilijkste situaties ontstaan bij modificaties. Een installatie uit 1975 is zelden nog volledig de installatie uit 1975. Er zijn andere stoffen toegepast, capaciteiten verhoogd, filters vervangen, ventilatiesystemen aangepast, frequentieregelaars geplaatst, besturingen vernieuwd, leidingen gewijzigd, reinigingsmiddelen vervangen of processtappen toegevoegd. Iedere relevante wijziging kan een nieuw beoordelingsmoment veroorzaken.
Dan kun je niet meer eenvoudig terugvallen op “oud recht” of op het oorspronkelijke ontwerp. De gewijzigde situatie moet opnieuw worden beoordeeld. Voor apparatuur geldt hetzelfde. Een motor, menger, ventilator of sensor van vóór 2003 hoeft niet automatisch een moderne ATEX 114-markering te hebben. Maar dat betekent niet dat hij zonder bewijs in een zone mag blijven staan. De geschiktheid moet aantoonbaar zijn. Niet met de zin “hij draait al jaren goed”, maar met een technische beoordeling van mogelijke ontstekingsbronnen, oppervlaktetemperaturen, mechanische wrijving, elektrische staat, elektrostatische oplading, onderhoudshistorie, inspectieresultaten en geschiktheid voor de vastgestelde zone.
Daarom is de juiste conclusie genuanceerd: Een oude fabriek hoeft niet dicht omdat zij oud is. Maar een oude fabriek mag ook niet blijven draaien omdat zij oud is. Het beslissende criterium is aantoonbaarheid. Is er een explosieve atmosfeer mogelijk? Zijn de hoeveelheden relevant? Is de zone correct vastgesteld? Is de apparatuur geschikt? Zijn de wijzigingen beoordeeld? Is het restrisico beheerst? Is dit vastgelegd in een EVD dat technisch en juridisch verdedigbaar is? Als het antwoord daarop ja is, kan ook een installatie uit 1975 veilig en verantwoord worden geëxploiteerd. Als het antwoord daarop nee is, dan is niet het bouwjaar het probleem, maar het ontbreken van bewijsvoering.
Bouwjaar geeft context. ATEX vraagt aantoonbare beheersing. En veiligheid wordt niet bewezen door ouderdom, maar door beoordeling, maatregelen en borging.
Volgende stap
Wilt u weten of tijdelijke werkzaamheden, onderhoud of modificaties uw ATEX-beoordeling beinvloeden?
Exquintia toetst EVD, zonering, equipment en werkvergunningen op technische samenhang, zodat uw documentatie ook standhoudt bij inspectie, audit of toezicht.