Exquintia
De duurste ATEX-fout staat vaak niet op de zoneringstekening
Terug naar blog
Emissiebron2026-06-112 min

De duurste ATEX-fout staat vaak niet op de zoneringstekening

Wanneer over ATEX wordt gesproken, gaat de aandacht meestal uit naar zones, apparatuurcertificering en inspecties. Dat zijn zichtbare onderdelen van explosieveiligheid. De basis van iedere gevarenzone wordt echter vee...

Wanneer over ATEX wordt gesproken, gaat de aandacht meestal uit naar zones, apparatuurcertificering en inspecties. Dat zijn zichtbare onderdelen van explosieveiligheid. De basis van iedere gevarenzone wordt echter veel eerder gelegd.

Bij vrijwel iedere ATEX-beoordeling begint alles met één vraag:

Waar bevindt zich de emissiebron?

Een explosieve atmosfeer ontstaat niet vanzelf. Er moet eerst een brandbare stof, damp, nevel of gas vrijkomen. Pas daarna kan worden beoordeeld of een explosieve atmosfeer kan ontstaan, hoe vaak dat gebeurt en welke gevarenzone daarbij hoort.

Juist daar worden in de praktijk de grootste fouten gemaakt.

Een ontluchting, vulpunt, monsternamepunt, mangat, flensverbinding of overstort kan een emissiebron zijn. De beoordeling van die bron bepaalt uiteindelijk de omvang van de gevarenzone, de vereiste apparatuur, de onderhoudsstrategie en soms zelfs de investeringskosten van een volledig project.

Binnen ATEX wordt onderscheid gemaakt tussen continue, primaire en secundaire emissiebronnen.

Een continue emissiebron geeft voortdurend of gedurende lange perioden brandbare stof of gas af. Een primaire emissiebron geeft emissie af tijdens normaal bedrijf. Een secundaire emissiebron behoort gesloten te blijven en geeft alleen emissie af wanneer afwijkingen, slijtage of storingen optreden.

Daarnaast speelt een tweede vraag een belangrijke rol:

Is de emissiebron gesmoord of niet-gesmoord?

Een gesmoorde emissiebron beperkt de uitstroom door een kleine opening, waardoor de hoeveelheid vrijkomende stof of gas beperkt blijft. Bij een niet-gesmoorde emissiebron kan de uitstroom aanzienlijk groter zijn, met directe gevolgen voor de omvang van het risico en de uiteindelijke zonering.

De gevolgen van een verkeerde beoordeling worden vaak pas jaren later zichtbaar.

Een installatie kan hierdoor worden uitgerust met onnodig dure explosieveilige apparatuur. Maar het omgekeerde komt eveneens voor. Een onderschatte emissiebron kan leiden tot een te beperkte zonering, waardoor potentiële ontstekingsbronnen ongemerkt aanwezig blijven binnen het risicogebied.

Daarom begint explosieveiligheid niet met de vraag welke zone aanwezig is.

De eerste vraag moet altijd zijn:

Welke emissiebron vormt de basis van deze zone en is deze correct beoordeeld?

Een zoneringstekening is uiteindelijk slechts het resultaat van een analyse.

De kwaliteit van die analyse wordt bepaald door de kwaliteit van de beoordeling van de emissiebron.

Daar begint explosieveiligheid.

https://exquintia.com