
Wanneer is een gevarenzone-indeling technisch niet meer verdedigbaar?
Een gevarenzone-indeling wordt vaak gezien als het eindresultaat van een project. De installatie is gebouwd, de zones zijn vastgesteld en de tekeningen verdwijnen in het dossier. Daarna verschuift de aandacht naar productie, onderhoud en beschikbaarheid.
Maar precies daar begint een belangrijke vraag.
Hoe lang blijft een gevarenzone-indeling eigenlijk technisch verdedigbaar?
Een zonering is geen eigenschap van een fabriek of installatie. Het is een technische beoordeling van de situatie op een specifiek moment. Die beoordeling is gebaseerd op de aanwezige stoffen, de emissiebronnen, de emissiegraad, de procesomstandigheden, de ventilatie, de bedrijfsvoering en de wijze waarop de installatie wordt beheerd. Zodra één van deze uitgangspunten verandert, verandert mogelijk ook de onderbouwing van de oorspronkelijke gevarenzone-indeling.
In de praktijk veranderen installaties voortdurend. Producten worden vervangen, recepturen aangepast, productiecapaciteiten verhoogd, ventilatiesystemen gemodificeerd, appendages vernieuwd, leidingen omgelegd en automatiseringssystemen geüpdatet. Vaak zijn dit logische verbeteringen die bijdragen aan betrouwbaarheid en efficiëntie. Toch kunnen juist deze wijzigingen invloed hebben op de kans, duur of omvang van een explosieve atmosfeer.
Daarom schrijft de EN IEC 60079-10-serie geen vaste gevarenzones voor. De norm beschrijft een methodiek waarmee de feitelijke situatie technisch wordt beoordeeld. Een gevarenzone is daarmee geen standaardoplossing, maar de uitkomst van een onderbouwde engineering beoordeling.
Dat betekent ook dat een bestaande zonering niet vanzelf actueel blijft. Een tekening die tien jaar geleden volledig correct was, kan vandaag nog steeds juist zijn, maar evengoed niet meer aansluiten bij de huidige installatie. Niet omdat de norm is veranderd, maar omdat de installatie zelf niet meer dezelfde is.
Voor asset owners en beheerders ligt hier een belangrijke verantwoordelijkheid. Een gevarenzone-indeling is geen statisch document dat uitsluitend relevant is tijdens nieuwbouw. Het vormt een integraal onderdeel van de technische integriteit van een installatie en hoort daarom mee te veranderen wanneer procesomstandigheden, installaties of bedrijfsvoering wijzigen. Dat is niet alleen van belang voor de explosieveiligheid, maar ook voor inspecties, onderhoud, investeringsbeslissingen en de onderbouwing van het Explosieveiligheidsdocument.
Misschien is dat wel de belangrijkste vraag die iedere eigenaar zichzelf regelmatig zou moeten stellen.
Is onze installatie veranderd… of alleen onze gevarenzone-indeling niet?
Juist het antwoord op die vraag bepaalt of een gevarenzone-indeling nog steeds technisch verdedigbaar is. Explosieveiligheid draait uiteindelijk niet om het bewaren van oude tekeningen, maar om het blijvend onderbouwen van de actuele werkelijkheid. Daar ontmoeten engineering, asset integrity, Management of Change en professioneel beheer elkaar.
Bronnen
- Richtlijn 1999/92/EG (ATEX 153)
- Richtlijn 2014/34/EU (ATEX 114)
- EN IEC 60079-10-1:2021 – Classificatie van gebieden met explosieve gasatmosferen
- EN IEC 60079-10-2:2026 – Classificatie van gebieden met explosieve stofatmosferen
- EN IEC 60079-14:2024 – Ontwerp, selectie en installatie van elektrisch materieel
- EN 1127-1 – Explosiepreventie en -bescherming
- NPR 7910-1:2020+C1:2021
- NPR 7910-2:2020+C1:2021