Exquintia
Terug naar blog
Zonering2026-06-224 min

De grootste explosierisico’s bevinden zich vaak buiten de zoneringstekening

Binnen veel organisaties krijgt de externe gevarenzonering veel aandacht. Tekeningen worden geactualiseerd, Ex-apparatuur wordt geselecteerd en inspecties worden uitgevoerd volgens de geldende normen.

Dat is noodzakelijk. Maar tegelijkertijd ontstaat het risico dat de aandacht verschuift naar het zichtbare deel van het probleem, terwijl de werkelijke gevaren zich vaak binnen de installatie bevinden. Een zoneringstekening beschrijft immers slechts het mogelijke gevolg van een emissiebron. De tekening verklaart niet waarom een explosieve atmosfeer ontstaat, hoe deze zich gedraagt of welke omstandigheden tot een explosie kunnen leiden.

Juist daar begint de grens tussen ATEX en procesveiligheid.

In een tank, droger, filter, reactor, cycloon of silo kan gedurende lange perioden een explosieve atmosfeer aanwezig zijn. In sommige processen is dat zelfs een normaal onderdeel van de bedrijfsvoering. De vraag is dan niet meer of een explosieve atmosfeer aanwezig kan zijn, maar welke omstandigheden kunnen leiden tot ontsteking. Daarmee verschuift de aandacht van gevarenzonering naar ontstekingsanalyse. Een explosieve atmosfeer op zichzelf veroorzaakt geen explosie. Een explosie ontstaat pas wanneer procescondities, een explosieve atmosfeer en een effectieve ontstekingsbron gelijktijdig aanwezig zijn.

Dat maakt de beoordeling aanzienlijk complexer. Temperatuurstijgingen kunnen ontstaan door procesafwijkingen, vastlopende lagers, productophoping, onvoldoende koeling of veranderde bedrijfsomstandigheden. Mechanische energie kan vrijkomen door wrijving, aanlopen of defecten. Elektrostatische lading kan zich opbouwen door productstromen, pneumatisch transport of onvoldoende vereffening. Zelfs een kleine wijziging in grondstof eigenschappen kan leiden tot andere ontstekingskarakteristieken dan waarop het proces oorspronkelijk werd ontworpen.

Op dat moment verlaten we het traditionele domein van de gevarenzonering en komen we terecht in het domein van procesveiligheid. De centrale vraag wordt dan: Welke procesafwijkingen kunnen leiden tot een effectieve ontstekingsbron binnen een reeds aanwezige explosieve atmosfeer?Dat is precies waar veel incident onderzoeken uiteindelijk uitkomen. Niet de zone bleek onvoldoende beoordeeld.

Niet de Ex-markering bleek verkeerd.

Maar een combinatie van procescondities, degradatie van apparatuur, menselijke factoren en onvoldoende herkenning van ontstekingsmechanismen bleek de ontbrekende schakel.

Daarom zou iedere ATEX-risicobeoordeling moeten eindigen waar de procesveiligheid analyse begint.

Niet bij de vraag welke zone aanwezig is.

Maar bij de vraag:Wat gebeurt er in de installatie wanneer het proces afwijkt van de ontwerp condities?

Daar bevindt zich vaak het werkelijke explosierisico. ATEX vraagt waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan. Procesveiligheid vraagt wat er gebeurt wanneer het proces niet meer doet wat de ontwerper had verwacht. Juist op dat raakvlak ontstaan de grootste explosierisico’s.

https://www.exquintia.com/

#ATEX #IECEx #ProcessSafety #ExplosionSafety #Ex016 #IgnitionSourceAnalysis #ATEX153 #ATEX114 #IEC60079 #ISO80079 #AssetIntegrity #MechanicalIntegrity #PHA #HAZOP #ChemicalIndustry #FoodIndustry #SafetyCulture #Exquintia

Bronnen

EN 1127-1 — Explosieve atmosferen – Explosiepreventie en explosiebescherming.

EN ISO 80079-36 — Niet-elektrisch materieel voor explosieve atmosferen.

EN ISO 80079-37 — Beschermingswijzen voor niet-elektrisch materieel.

IEC 60079-14:2024 — Ontwerp, keuze en installatie van elektrisch materieel.

IEC 60079-10-1 en IEC 60079-10-2 — Classificatie van explosiegevaarlijke gebieden.

CCPS Guidelines for Hazard Evaluation Procedures.

CCPS Guidelines for Process Safety in Dust Handling Facilities.