
ATEX Elektromotor: Stil risico, grote gevolgen
Een gecertificeerde Ex-motor.
Correcte markering.
Zone-indeling afgestemd.
En toch… ontstaat het risico precies daar waar niemand kijkt.
Tijdens een inspectie in een industriële installatie draait een Ex d-motor ogenschijnlijk probleemloos. Geen alarmen. Geen afwijkingen. Alles volgens specificatie.
Maar bij nadere beoordeling blijkt:
De motor is verkeerd uitgelijnd
De riemspanning is te hoog
De ventilatie is beperkt door opbouw in de omgeving
En… de installatie is uitgevoerd zonder volledige verificatie conform installatie-eisen
Wat betekent dit?
Een Ex-motor is niet “explosieveilig” omdat hij een certificaat heeft.
Hij is explosieveilig onder voorwaarden.
Volgens de handleiding geldt:
Onjuiste installatie → verhoogde mechanische belasting
Slechte koeling → temperatuurstijging buiten T-klasse
Verkeerde aansluiting → risico op ontstekingsbron
Onvoldoende onderhoud → verlies van beschermingsniveau
➡️ Eén afwijking is geen probleem.
➡️ Meerdere kleine afwijkingen vormen samen een reëel explosierisico.
En precies daar zit de kern van ATEX:
Niet het component is leidend…
maar de samenhang tussen installatie, gebruik en onderhoud.
In de praktijk wordt vaak gestuurd op certificaten.Maar explosieveiligheid ontstaat pas bij:
✔ Correcte installatie volgens NEN-EN-IEC 60079-14
✔ Inspectie en onderhoud volgens NEN-EN-IEC 60079-17
✔ Beoordeling van werkelijke bedrijfscondities
✔ Begrip van de beperkingen van het materieel
De echte vraag is dus niet:
“Is deze motor ATEX-gecertificeerd?”
Maar: “Functioneert deze motor nog binnen zijn explosieveilige ontwerp?”