Exquintia
Terug naar blog
Explosieveiligheid2026-02-134 min

Bewijsvoering in ATEX

Wanneer een “Ex”-markering nog geen veiligheid betekent In een chemische installatie wordt een nieuwe pomp geplaatst. Op het typeplaatje staat keurig: II 2G Ex db IIB T4 Gb. Alles lijkt in orde. De leverancier bevestigt dat de pomp geschikt is voor Zone 1. Het certificaat zit in de map. De installatie wordt vrijgegeven. Maanden later wijzigt de procesvoering. De ventilatiecapaciteit wordt aangepast. De producttemperatuur stijgt licht. Er wordt niets gewijzigd aan de pomp. Op papier is alles nog steeds ATEX-conform. Maar is het explosieveiligheid concept dat ook nog? De basis: aanwezigheid van explosieve atmosfeer Explosieveiligheid begint niet bij apparatuur. Het begint bij de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer. Volgens NEN-EN-IEC 60079-10-1 (gas) en 60079-10-2 (stof) moet zonering worden gebaseerd op:

Frequentie van vrijkomen

Duur van aanwezigheid

Bronsterkte

Ventilatiegraad

Procescondities Een zone is geen administratieve categorie. Het is de uitkomst van een fysisch onderbouwde beoordeling. Wanneer ventilatie wijzigt of procesparameters verschuiven, verandert mogelijk ook de zoneclassificatie. En daarmee automatisch het vereiste beschermingsniveau van apparatuur.

Van zone naar EPL: de kritieke vertaalslag De relatie tussen zone en Equipment Protection Level (EPL) vormt de kern van ATEX-bewijsvoering:

Toch wordt in de praktijk vaak rechtstreeks gekozen voor “2G” of “3D” zonder de oorspronkelijke aannames van de zonering opnieuw te verifiëren. Wanneer de onderliggende risicoanalyse niet herleidbaar is, wordt de EPL-keuze een administratieve keuze in plaats van een technisch-logische consequentie. Explosieveiligheid verliest dan haar fundament. Installatie: waar theorie en praktijk elkaar raken Met de invoering van NEN-EN-IEC 60079-14:2024 is de nadruk verder verschoven naar aantoonbaarheid. Niet alleen moet apparatuur correct geselecteerd zijn, ook moet worden vastgelegd:

Waarom deze beschermingswijze is gekozen.

Hoe thermische beoordeling is uitgevoerd.

Hoe kabels zijn geselecteerd.

Hoe potentiaalvereffening is gerealiseerd.

Welke competenties zijn toegepast.

De norm vraagt feitelijk om een ontwerp- en installatie dossier dat logisch terug te voeren is naar de oorspronkelijke zonering. Zonder die keten is er geen bewijsvoering.

Inspectie als realiteitscontrole NEN-EN-IEC 60079-17 stelt dat vóór ingebruikname een initiële inspectie moet plaatsvinden. Die inspectie vormt het toetsmoment waarop drie vragen samenkomen:

Komt de installatie overeen met het ontwerp?

Komt het ontwerp overeen met de zonering?

Komt de zonering overeen met de procesrealiteit? Wanneer deze samenhang ontbreekt, ontstaat schijnveiligheid: gecertificeerde apparatuur in een installatie waarvan de risicoanalyse niet meer actueel is.

Het verschil tussen compliance en verdedigbaarheid Een documentenmap met certificaten is geen explosieveiligheidsdossier. Een verdedigbaar dossier bevat minimaal:

Onderbouwde zoneringsstudie (60079-10-1 / -10-2)

EPL-selectiematrix

Ontwerp- en installatieverantwoording (60079-14)

Inspectieplan en rapportages (60079-17)

Reparatie- en modificatiebeleid (60079-19)

Competentie-aantoonbaarheid In omgevingen die onder SEVESO+ vallen is dit geen administratieve formaliteit, maar essentieel voor aantoonbare beheersing van explosierisico’s. De kernvraag Wanneer morgen de ventilatie in een installatie halveert, kan dan aantoonbaar worden gemaakt dat de huidige EPL-selectie nog steeds correct is? Of rust de veiligheid uitsluitend op het feit dat er ooit een “Ex”-markering is aangebracht?Explosieveiligheid zit niet in het label. Het zit in de onderbouwde samenhang.

🔖 Hashtags #ATEX #IEC60079 #Explosieveiligheid #SEVESO #Procesveiligheid #HazardousArea #EPL #Industrieveiligheid #ChemischeIndustrie #Engineering

https://exquintia.com/

📚 Bronvermelding

NEN-EN-IEC 60079-10-1 – Explosieve atmosferen – Classificatie van gebieden – Gas

NEN-EN-IEC 60079-10-2 – Explosieve atmosferen – Classificatie van gebieden – Stof

NEN-EN-IEC 60079-14:2024 – Ontwerp, selectie en installatie van elektrische installaties

NEN-EN-IEC 60079-17 – Inspectie en onderhoud van elektrische installaties

NEN-EN-IEC 60079-19 – Reparatie, revisie en herstel van apparatuur

Richtlijn 2014/34/EU (ATEX 114)

Richtlijn 1999/92/EG (ATEX 153)